
Volgens de arbeidsovereenkomst heeft een werknemer van een houthandel een 36-urige werkweek en 25 vakantiedagen. Feitelijk is volgens de werknemer echter al jarenlang sprake van een 40-urige werkweek. Hij vordert nabetaling van salaris met wettelijke verhoging en rente. Hoe oordeelt de rechter?
Werkwijze volgens werkgever
Volgens de werkgever is in theorie sprake is van een 40-urige werkweek. Hij roostert de werknemers in een reguliere werkweek echter slechts voor 38 uur per week in. Met gebruikmaking van de conform de cao toegekende (doorbetaalde) roostervrije uren, worden de werknemers de resterende twee uur op vrijdagmiddag namelijk uitgeroosterd. Daarnaast krijgen de werknemers die feitelijk 38 uur per week werken, ook nog 92 roostervrije (doorbetaalde) uren. Deze uren worden door de werkgever ingezet op verplichte vrije dagen, zoals de Paas- en Pinksterdagen en tijdens bedrijfssluitingen (bijvoorbeeld elk jaar tussen Kerst en Oud en Nieuw). Onder aan de streep resteert dan 36 uur per week die feitelijk wordt gewerkt. Deze wijze van inroostering is volgens de werkgever in overeenstemming met de toepasselijke cao.
Overwegingen rechter
Deze werkwijze betekent volgens de rechter dat de werknemer in theorie een 40-urige werkweek heeft, in plaats van de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsomvang van 36 uur per week. Net als de andere werknemers, wordt ook hij slechts voor 38 uur per week ingeroosterd en krijgt hij daarnaast ook 92 roostervrije uren, voor het verschil van 38 naar 36 uur per week. Doordat hij slechts voor 36 uur per week betaald kreeg, betaalde hij in feite voor zijn eigen roostervrije tijd. Dat is niet in overeenstemming met de bedoeling van de cao en de daarin opgenomen regels over toekenning van roostervrije tijd. De cao gaat immers uit van een standaardarbeidsduur van 40 uur met 184 roostervrije uren en de in de cao genoemde maandsalarissen zijn gebaseerd op een 40-urige werkweek.
Oordeel rechter
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de werknemer te weinig loon uitbetaald heeft gekregen, namelijk voor 36 uur per week, in plaats van 40 uur per week. De werkgever is dus nog loon verschuldigd.
Omdat de werkgever niet tijdig het volledige loon heeft betaald, is hij daarover de wettelijke verhoging verschuldigd. In de gegeven omstandigheden ziet de rechter aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot 20%.
Ook wijst de rechter de gevorderde wettelijke rente toe vanaf de vervaldatum van de afzonderlijke loonbetalingen tot aan de dag van algehele voldoening.
Let op: De werkwijze met urenroosters leidde er in dit geval per saldo toe dat de werknemer vier uur per week niet uitbetaald kreeg. Een succesvolle claim tot nabetaling van salaris met 20% wettelijke verhoging over het nabetaalde bedrag en wettelijke rente volgde.
Deze cookies zijn noodzakelijk om accountantsgilde.nl goed te laten functioneren. Deze categorie bevat alleen cookies die zorgen voor de basisfunctionaliteiten en beveiligingsfuncties van de website.
Deze cookies zijn niet strikt noodzakelijk, maar maken het mogelijk om aanvullende functionaliteiten te bieden aan bezoekers van accountantsgilde.nl. Het niet accepteren van deze cookies kan effecten hebben op uw browse-ervaring.
Via onze website worden cookies geplaatst om inzicht te krijgen in het gebruik van accountantsgilde.nl. Wij gebruiken bijvoorbeeld Google Analytics om rapportages te krijgen over de statistieken van de website.
Deze cookies zijn niet noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website, maar zijn wel functioneel, verbeteren de gebruikerservaring en vergemakkelijken het gebruik van accountantsgilde.nl. Als u deze cookies niet toestaat, kan het zijn dat sommige van onze diensten niet of niet correct werken.
Marketingcookies maken het mogelijk functies als socialmedia-deelbuttons aan te bieden en zorgen ervoor dat we relevante content en advertenties kunnen tonen. Daarnaast publiceert accountantsgilde.nl content van andere websites, waarop deze third party cookies van toepassing kunnen zijn.